vernederde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ne·der·de

Werkwoord

vervoeging van
vernederen

vernederde

  1. enkelvoud verleden tijd van vernederen
    Ik vernederde.
    Jij vernederde.
    Hij, zij, het vernederde.