verloste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·los·te

Werkwoord

vervoeging van
verlossen

verloste

  1. enkelvoud verleden tijd van verlossen
    Ik verloste.
    Jij verloste.
    Hij, zij, het verloste.