verlos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·los

Werkwoord

vervoeging van
verlossen

verlos

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen
    Ik verlos.
  2. gebiedende wijs van verlossen
    Verlos!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen
    Verlos je?