verlenging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /vərˈlɛŋɪŋ/
Woordafbreking
- ver·leng·ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verlenging | verlengingen |
| verkleinwoord | verlenginkje | verlenginkjes |
Zelfstandig naamwoord
verlenging v
- dat waarmee iets verlengd is.
- De verlenging van de trein werd lopgekoppeld.
- het verlengen.
- Na onderhandelingen met de vakbonden zal er geen verlenging van de staking zijn.
- (sport) extra speeltijd
- Tijdens de verlenging kon de thuisploeg de eindstand vastleggen.
Synoniemen
- (dat waarmee iets verlengd is)
Vertalingen
1. dat waarmee iets verlengd is
2. het verlengen
3. extra speeltijd
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.