verlenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·le·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verlenen |
verleende |
verleend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verlenen
- (ditransitief) iemand iets ~: iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan
- Hij verleende mij geen voorrang.