verlenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·le·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lenen met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlenen
verleende
verleend
zwak -d volledig

Werkwoord

verlenen

  1. (ditransitief) iemand iets ~: iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan
    Hij verleende mij geen voorrang.
Vertalingen