verkorten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·kor·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verkorten |
verkortte |
verkort |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verkorten
- (overgankelijk) korter maken
- De duur van de concertserie werd verkort omdat het bezoekersaantal terugliep.