verkocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kocht

Werkwoord

vervoeging van
verkopen

verkocht

  1. enkelvoud verleden tijd van verkopen
    Ik verkocht.
    Jij verkocht.
    Hij, zij, het verkocht.

Deelwoord

bevestigend
deelwoord
ontkennend
deelwoord
onverbogen verkocht onverkocht
verbogen verkochte onverkochte
partitief verkochts onverkochts
vervoeging van
verkopen

verkocht voltooid deelwoord van verkopen

  1. vormt de lijdende vorm
    De auto wordt verkocht.
  2. vormt de voltooide tijden
    Ik heb de auto nog niet verkocht.
  3. vormt een ergatieve constructie met het hulpwerkwoord raken
    Het huis raakte maar niet verkocht.
  4. attributief gebruikt dat wat verkocht is
    De verkochte auto werd die middag opgehaald.
  5. partitief gebruikt (zeldzaam)
    In gedecoreerden (ik bedoel naruurlijk zij die hun decoratiën dragen) is iets verkochts en iets dierlijks.[1]
  6. bijwoordelijk gebruikt
    Verkocht en verraden, restte hem weinig anders dan zich in zijn lot te berusten.
Verwijzingen
  1. De vrije gedachte: tijdschrift op onbepaalde tijden. Volume 2 blz 179 1872