verjaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ja·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jaar met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verjaren
verjaarde
verjaard
zwak -d volledig

Werkwoord

verjaren

  1. (ergatief) het tijdstip van een bepaalde geldigheidsduur overschrijden
    Deze strafbare daad kan niet meer vervolgd worden omdat zij al verjaard is.
  2. (ergatief) enigszins ironisch de dag van de geboorte opnieuw bereiken
    Kun je die avond komen? Ik verjaar namelijk weer eens.