verhinderden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·hin·der·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verhinderen |
verhinderden
- meervoud verleden tijd van verhinderen
- Wij verhinderden.
- Jullie verhinderden.
- Zij verhinderden.
- Wij verhinderden.