verhinderde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hin·der·de

Werkwoord

vervoeging van
verhinderen

verhinderde

  1. enkelvoud verleden tijd van verhinderen
    Ik verhinderde.
    Jij verhinderde.
    Hij, zij, het verhinderde.