verheugen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·heu·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verheugen
verheugde
verheugd
zwak -d volledig

Werkwoord

verheugen

  1. (wederkerend) zich ~: blijdschap ervaren
    Hij verheugde zich enorm toen zij onverwachts belde.
  2. (wederkerend) zich ~ op: reikhalzend uitzien naar iets
    Hij verheugde zich op haar aangekondigde bezoek.
  3. (overgankelijk) iemand ~ vreugde bereiden
    Hij verheugde zijn moeder met een onverwacht bezoekje.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen