vergrijpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·grij·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vergrijpen |
vergreep |
vergrepen |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
vergrijpen
- (wederkerend) zich ~ aan: iemands iets onoorbaars of onzedigs aandoen
- Hij had zich wel degelijk aan haar vergrepen.
Vertalingen
1.iemands iets onoorbaars of onzedigs aandoen
Zelfstandig naamwoord
vergrijpen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vergrijp