vergisten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gis·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergisten
vergistte
vergist
zwak -t volledig

Werkwoord

vergisten

  1. (overgankelijk) een suiker of koolhydraat omzetten door blootstelling aan de werking van een gist
    Vervolgens vergisten we alle aanwezige suikers tot alcohol.
  2. (ergatief) het proces van omzetting van koolhydraten
    Alle suikers vergistten daarbij tot alcohol.

Werkwoord

vervoeging van
vergissen

vergisten

  1. meervoud verleden tijd van vergissen
    Wij vergisten.
    Jullie vergisten.
    Zij vergisten.