vergissing
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vergissing (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vər.ˈχɪ.sɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /vər.ˈɣɪ.sɪŋ/
- (Limburg): /vɛr.ˈɣɪ.sɪŋ(g)/
Woordafbreking
- ver·gis·sing
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vergissing | vergissingen |
| verkleinwoord | vergissinkje | vergissinkjes |
Zelfstandig naamwoord
vergissing v
- iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
- Een vergissing begaan.
- Ik sloeg per vergissing linksaf in plaats van naar rechts te gaan.
- iets doen dat slecht afloopt of ongelukkige gevolgen heeft
- Op vakantie gaan naar Irak bleek een vergissing.