vergelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·lijk

Werkwoord

vervoeging van
vergelijken

vergelijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
    Ik vergelijk.
  2. gebiedende wijs van vergelijken
    Vergelijk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
    Vergelijk je?