vergelijk
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·ge·lijk
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vergelijken |
vergelijk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
- Ik vergelijk.
- gebiedende wijs van vergelijken
- Vergelijk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
- Vergelijk je?