vergaven
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·ga·ven
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vergeven |
vergaven
- meervoud verleden tijd van vergeven
- Wij vergaven.
- Jullie vergaven.
- Zij vergaven.
- Wij vergaven.
| vervoeging van |
|---|
| vergeven |
vergaven