verfrommelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verfrommelen |
verfrommelde |
verfrommeld |
| zwak -d | volledig | |
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·from·me·len
Woordherkomst en -opbouw
- frommelen (samenknijpen, in elkaar drukken)
- voorvoegsel -ver
Werkwoord
verfrommelen
- iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen tot een bolletje
- Ze verfrommelde haar mislukte aantekening en gooide het ding in de prullenbak.