verduisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·duis·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verduisteren
verduisterde
verduisterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verduisteren

  1. donkerder maken, van licht beroven
    De maan verduisterde de zon.
  2. een misdrijf waarbij geld ontvreemd wordt
    Hij werd gepakt voor het verduisteren van anderhalf miljoen.
  3. Tweede Wereldoorlog: het verplicht afplakken van alle ramen om de nachtelijke geallieerde bombardementen te bemoeilijken
    Door de verduistering kon je zelfs 's nachts in je eigen straat nog verdwalen.
Vertalingen