verdraaiden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·draai·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verdraaien |
verdraaiden
- meervoud verleden tijd van verdraaien
- Wij verdraaiden.
- Jullie verdraaiden.
- Zij verdraaiden.
- Wij verdraaiden.