verdraaide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·draai·de

Werkwoord

vervoeging van
verdraaien

verdraaide

  1. enkelvoud verleden tijd van verdraaien
    Ik verdraaide.
    Jij verdraaide.
    Hij, zij, het verdraaide.

Bijvoeglijk naamwoord

verdraaide

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verdraaid