verdraai
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·draai
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verdraaien |
verdraai
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdraaien
- Ik verdraai.
- gebiedende wijs van verdraaien
- Verdraai!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdraaien
- Verdraai je?