verdediging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·di·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdediging verdedigingen
verkleinwoord verdediginkje verdediginkjes

Zelfstandig naamwoord

verdediging v

  1. actie ondernomen om een aanval af te slaan
    Hij werd daardoor in de verdediging gedreven.
  2. diegenen die een actie als onder [1] ondernemen of geacht worden te zullen ondernemen
    De verdediging van deze ploeg is niet bijster sterk nu deze goede speler geblesseerd is.
Vertalingen