verbreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bre·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbreken
verbrak
verbroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

verbreken

  1. (overgankelijk) een einde maken aan een bestaande verbinding
    Hij aarzelde het zegel te verbreken.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen