verbonden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ver·bon·den

Werkwoord

vervoeging van
verbinden

verbonden

  1. meervoud verleden tijd van verbinden
    Wij verbonden.
    Jullie verbonden.
    Zij verbonden.
  2. voltooid deelwoord van verbinden

Zelfstandig naamwoord

verbonden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verbond