verbinding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: verbinding (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vər.ˈbɪn.dɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /vər.ˈbɪn.dɪŋ/
- (Limburg): /vɛr.ˈbɪn.dɪŋ(g)/
Woordafbreking
- ver·bin·ding
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verbinding | verbindingen |
| verkleinwoord | verbindinkje | verbindinkjes |
Zelfstandig naamwoord
verbinding v
- (algemeen) iets verbinden of samenvoegen; iets dat twee of meer afzonderlijke delen verbindt
- (scheikunde) een chemische stof die bestaat uit twee of meer scheikundig elementen, het gaat hierbij om een stof met andere eigenschappen dan de elementen waar het uit is samengesteld
- (communicatie) een mogelijkheid een bepaalde plek te bereiken
- Hij hing de telefoon op toen de verbinding verbroken werd.
- (vervoer) aansluiting op een ander vervoermiddel of lijn
- Die buslijn is maar een slechte verbinding.
Synoniemen
- (algemeen) connectie
- (scheikunde) stof, product, composietmateriaal
- (communicatie) connectie
- (vervoer) aansluiting, lijn
Vertalingen
1. verbinden of samenvoegen
2. scheikunde
3. communicatie
|
4. vervoer
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verbinding | verbindings |
Zelfstandig naamwoord
verbinding