verbeus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·beus
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verbeus verbeuzer verbeust
verbogen verbeuze verbeuzere verbeuste

Bijvoeglijk naamwoord

verbeus

  1. met groot omhaal van woorden, omslachtig geformuleerd, (te) woordenrijk
    Zijn verbeuze betogen hangen me de keel uit.