verarmen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ar·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verarmen |
verarmde |
verarmd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verarmen
- (ergatief) armer worden
- De bevolking verarmt sterk door de economische crisis.
- (ergatief) minder divers worden, in aanbod verminderen
- Door de kruisbestuiving verarmt de biodiversiteit.