verafschuwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·af·schu·wen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verafschuwen |
verafschuwde |
verafschuwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verafschuwen
- (overgankelijk) afschuw hebben voor iets
- Zijn ideeën worden door velen verafschuwd.