verafschuwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·af·schu·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verafschuwen
verafschuwde
verafschuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

verafschuwen

  1. (overgankelijk) afschuw hebben voor iets
    Zijn ideeën worden door velen verafschuwd.
Vertalingen