vera

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Faeröers

Uitspraak
  • IPA: /ˈveːra/

Werkwoord

vera

  1. zijn
    «Eg eri týskari.»
    Ik ben Duitser.
    «Vit eru úr Svøríki.»
    We komen uit Zweden.


IJslands

Uitspraak
  • IPA: /ˈvɛːra/
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd Supinum
3e pers enk. 1e pers mv.
vera var vorum verið
volledig

Werkwoord

vera

  1. zijn

Zelfstandig naamwoord

vera v

  1. verblijf


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·ra
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord vera.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vera
er
var
vore
vori

Werkwoord

vera

  1. zijn
    «Det var ein gong ein konge.»
    Er was eens een koning.
  2. (hulpwerkwoord) zijn
    «Han er blitt dømd.»
    Hij is veroordeeld geworden.
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

vera v

  1. (bijvorm) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van vere
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

vera v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van vere

Zelfstandig naamwoord

n mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van vere
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen