veinzen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vein·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| veinzen |
veinsde |
geveinsd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
veinzen
- zich onecht voordoen, iemand in de waan trachten te brengen
- Hij veinsde er niets mee te maken te hebben, ook al was hij de voornaamste boosdoener.