vegetariër
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ve·ge·ta·ri·er
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse woord vegetus (levendig of energiek) of afgeleid van het Engelse woord voor groente "vegetable" met het achtervoegsel -ariër
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vegetariër | vegetariërs |
| verkleinwoord | vegetariërtje | vegetariërtjes |
Zelfstandig naamwoord
vegetariër m
- iemand die zich onthoudt van voedsel waar dieren voor gedood worden
- Hij was sinds enige tijd vegetariër geworden.