vector
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vec·tor
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vector | vectoren |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vector m
- (natuurkunde) gerichte grootheid
- (natuurkunde) lijn die een vector voorstelt
- (biologie) drager van besmetting
Hyponiemen
- basisvector, eigenvector, hulpvector, kolomvector, kromtevector, normaalvector, nulvector, plaatsvector, raakvector, richtingsvector, rijvector, rotatievector, snelheidsvector, spanningsvector
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.