variëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·rië·ren, va·ri·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
variëren
varieerde
gevarieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

variëren

  1. (overgankelijk) doen veranderen
    De druk en de temperatuur werden gevarieerd, maar het volume constant gehouden.
  2. (absoluut) van tijd tot tijd of geval tot geval veranderen
    De kleur van de vleugels varieert bij deze vogel van donkergrijs tot zwart.
  3. (inergatief) (muziek) variaties maken op een thema
    variëren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl