vanzelfsprekend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·zelf·spre·kend
stellend
onverbogen vanzelfsprekend
verbogen vanzelfsprekende

Bijvoeglijk naamwoord

vanzelfsprekend

  1. overduidelijk geldend, zonder verdere uitleg duidelijk
    Creativiteit en flexibiliteit zijn vanzelfsprekende vereisten.
    De band tussen school en kerk was vroeger een vanzelfsprekende zaak.

Bijwoord

vanzelfsprekend

  1. iets dat geen verdere uitleg nodig heeft
    Het is vanzelfsprekend dat niemand weet hoe die jongen heet die net de winkel overviel.
Synoniemen
Vertalingen