vangst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vangst
enkelvoud meervoud
naamwoord vangst vangsten
verkleinwoord vangstje vangstjes

Zelfstandig naamwoord

vangst v

  1. het vangen van iets
    De vangst van vis is erg zwaar werk.
  2. het gevangene, het resultaat van het vangen
    De vangst van de jacht van dit jaar was minder dan die van vorig jaar.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen