vandaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- van·daar
Bijwoord
vandaar
- vanuit die plek
- Hij reed naar Rotterdam en nam vandaar de trein.
- duidt een causaal verband aan met een voorafgaande zinsnede
- Hij had vreselijke haast. Vandaar die bon.