vakgebied

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord vakgebied vakgebieden
verkleinwoord vakgebiedje vakgebiedjes
Woordafbreking
  • vak·ge·bied

Zelfstandig naamwoord

vakgebied o

  1. een bepaald geheel van kennis, vaardigheid en ervaring dat een rol op professioneel peil mogelijk maakt
    Vastestofchemie is mijn oude vakgebied.
Vertalingen