ultraviolet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ul·tra·vi·o·let
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | ultraviolet |
| verbogen | ultraviolette |
Bijvoeglijk naamwoord
ultraviolet
- (natuurkunde) van elektromagnetische straling, net buiten het gebied van het spectrum dat met het menselijk oog zichtbaar is
- De ozonlaag beschermt tegen de ultraviolette stralen van de zon.
Vertalingen
1. van elektromagnetische straling, net buiten het gebied van het spectrum dat met het menselijk oog zichtbaar is