uiting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ui·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van uiten met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uiting | uitingen |
| verkleinwoord | uitinkje | uitinkjes |
Zelfstandig naamwoord
uiting v
- dat wat men uit, al of niet door woorden
- Een uiting van woede was het gevolg.