uitgerust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • uit·ge·rust

Werkwoord

vervoeging van
uitrusten

uitgerust

  1. voltooid deelwoord van uitrusten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen