uitbetaling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·be·ta·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitbetaling uitbetalingen
verkleinwoord uitbetalinkje uitbetalinkjes

Zelfstandig naamwoord

uitbetaling v

  1. de actie van het uitbetalen
    De uitbetaling werd direct afgehandeld.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen