uitbetaling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·be·ta·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van uitbetalen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitbetaling | uitbetalingen |
| verkleinwoord | uitbetalinkje | uitbetalinkjes |
Zelfstandig naamwoord
uitbetaling v
- de actie van het uitbetalen
- De uitbetaling werd direct afgehandeld.