uitademt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ademt

Werkwoord

vervoeging van
uitademen

uitademt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitademen
    ... dat jij uitademt.
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitademen
    ... dat hij uitademt.