tulpenbol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tul·pen·bol
enkelvoud meervoud
naamwoord tulpenbol tulpenbollen
verkleinwoord tulpenbolletje tulpenbolletjes

Zelfstandig naamwoord

tulpenbol m

  1. (plantkunde) de ondergrondse bol van waaruit een tulp ontspruit
    Het is weer tijd om de tulpenbollen in de tuin te zetten.