tuba

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·ba
enkelvoud meervoud
naamwoord tuba tuba's
verkleinwoord tubaatje tubaatjes

Zelfstandig naamwoord

tuba

  1. (muziekinstrument) koperen blaasinstrument met zware toon.
  2. (medisch) tube, trompetvormig.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen