tros

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tros
enkelvoud meervoud
naamwoord tros trossen
verkleinwoord trosje trosjes

Zelfstandig naamwoord

tros m

  1. (biologie) bloeiwijze.
  2. de bundel vruchten die uit een dergelijke bloeiwijze voortkomen.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen