trog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | trog | troggen |
| verkleinwoord | trogje | trogjes |
Zelfstandig naamwoord
trog m
- (veeteelt) een langgerekte voederbak
- De trog was goed gevuld.
- (geologie) een langgerekte, nauwe en diepe kloof in de zeebodem veroorzaakt door subductie van een tektonische plaat
- De trog bij de Marianen is het diepste punt van de aardbodem.
- (meteorologie) een langgerekte uitstulping van een lagedrukgebied
- Na een koufrontpassage die gepaard gaat met slecht weer, volgt er een trog als het een tijd lang mooi weer is geweest.
Vertalingen
1. een langgerekte voederbak.
2. een langgerekte, nauwe en diepe kloof in de zeebodem veroorzaakt door subductie van een tektonische plaat.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.