triool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De onderverdeling bij triool en sextool

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·ool
Woordherkomst en -opbouw

Afgeleid van het Italiaanse trio (drie) (met het voorvoegsel tri-) [1]

enkelvoud meervoud
naamwoord triool triolen
verkleinwoord triooltje triooltjes

Zelfstandig naamwoord

triool v/m)

  1. (muziek) een drietal muzieknoten of rusten op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is.
    Als symbool voor de triool hanteert men drie gewone nootsymbolen met een toevoeging:bijv. “3” of “3:2”.
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl