treurig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • treu·rig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen treurig treuriger treurigst
verbogen treurige treurigere treurigste
partitief treurigs treurigers -

Bijvoeglijk naamwoord

treurig

  1. waardig beklaagd te worden
    Dit was een ronduit treurige voorstelling van dit prachtige toneelstuk.
  2. vol treurnis
    Er heerste een treurige stemming.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen