trek aan
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- trek aan
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aantrekken |
trek aan
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aantrekken
- Ik trek aan.
- gebiedende wijs van aantrekken
- Trek aan!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aantrekken
- Trek je aan?