treinconducteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trein·con·duc·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord treinconducteur treinconducteurs
verkleinwoord treinconducteurtje treinconducteurtjes

Zelfstandig naamwoord

treinconducteur m

  1. een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde in de trein dient te bewaren
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen